
EuroComRom - De Zeven Zeven
Een meertalige poort tot de
wereld van de Romaanse talen
1. Inleiding
1.1
De rijkdom en
variëteit van de Europese talen
Nooit tevoren, zelfs niet in de 'internationale' Middeleeuwen of in het Romeinse Rijk, heeft Europa zo'n enorme groei gekend in contacten van allerlei aard, of het nu gaat om handel, de media, muziek of informatie. Om maar niet te spreken van de vakantiereizen die wij als Nederlanders maken naar het zuiden van Europa, juist dus naar de landen waar een Romaanse taal wordt gesproken. Ook in eigen land komen we steeds meer mensen tegen die een andere taal spreken. Vaak zijn we gedwongen om in die situaties onze toevlucht te nemen tot een derde taal (vaak het Engels) die beide gesprekspartners beheersen. De communicatie is echter dan nooit echt hoogwaardig: in een derde taal drukt men zich altijd minder goed uit en geen van beide partijen kan van de rijkdom van zijn moedertaal profiteren. Het is daarom van belang dat wij als Europeanen meer dan een vreemde taal beheersen om te kans te vergroten anderen op hun eigen (taal)terrein te ontmoeten.. Maar vaak hebben mensen geen zin om de tijd of de energie te investeren die nodig zijn om een werkelijk communicatieve vaardigheid te verwerven in meerdere van de talen van de mede-Europeanen met wie zij in contact komen. Daardoor geven ze - spijtig genoeg - alle pogingen op om tot een echte Europese taaldiversiteit te komen.
Natuurlijk benadrukken alle landen en taalgemeenschappen van Europa
voortdurend hoe belangrijk het is dat hun taal internationaal gebruikt en
gerespecteerd wordt, maar dit belang lijkt kleiner te worden als het erom gaat,
op school verschillende talen te onderwijzen.Het aantal uren dat aan
taalonderwijs wordt besteed is in de afgelopen jaren alleen maar afgenomen.
Door deze bekrompen taalpolitiek en misplaatste zuinigheid wordt serieuze
communicatie tussen Europeanen onderling bemoeilijkt. Ook worden de vrijheid
van beweging en het recht om zich in buurstaten te vestigen vaak ernstig
gehinderd door een gebrek aan linguïstische voorbereiding. EuroCom kan hier een
faciliterende rol spelen.
1.2
EuroCom multiling
Het doel van de nieuwe EuroCom strategie is om Europese veeltaligheid
op een realistische manier te mogelijk te maken:
-
door de leerder met minder moeit te laten leren;
-
door niet te streven naar volledige perfectie in de vreemde talen, maar
naar een hoeveelheid kennis en strategieën die de gebruiker in staat stellen om
teksten in de vreemde taal te lezen.
Als zodanig vormt EuroCom een zeer nuttige toevoeging naast het taalonderwijs dat wordt gegeven op scholen. De meerderheid van de Europese scholen brengt veel van hun studenten - met verschillende maten van succes - vaardigheid bij in één taal (normaliter Engels), sommige bieden een tweede aan (Frans, Duits, Spaans), maar dit kan niet gezien worden als een situatie die de linguïstische variëteit van Europa weerspiegelt en die zou kunnen leiden tot een soort pan-Europese taalvaardigheid. EuroCom kan gezien worden als een toevoeging op het conventionele taalonderwijs, maar ook als een aanmoediging tot het veranderen van het systeem, zodat het leren van talen makkelijker wordt.
Hindernissen
De belangrijkste hindernis voor de verbreiding van veeltalige taalvaardigheid is eigenlijk psychologisch van aard en heeft te maken met motivatie. Intelligentie speelt in het leren van talen niet echt een grote rol.. Wat wel een belangrijke rol speelt is de wil om te leren. Daarbij verwacht de leerder twee soorten obstakels. In de eerste plaats is men bang dat het leren van een nieuwe taal waarschijnlijk veel moeite zal kosten, in de tweede plaats wordt meertaligheid door velen eerder als een afwijking dan als iets normaals gezien, met als gevolg dat men er niet gauw aan begint.
EuroCom heeft als doel om de lat qua moeite veel lager te leggen, om zo
de mentale hindernissen te doen verdwijnen die vooral in de grotere ééntalige
landen bestaan, waar veeltaligheid zowel sociaal als in het onderwijs vaak
wordt gezien als een teken van onderontwikkeling. Immers, vaak zijn alleen de
kansarme immigranten meertalig in die landen. De Europese Unie zou, samen met
regionale en nationale overheden, projecten moeten ontwikkelen om deze
negatieve houding tegenover meertaligheid te veranderen in een positieve
houding, voor al in de grotere eentalige landen. Maar dergelijke projecten
hebben alleen een kans van slagen als de andere talen toegankelijker worden
gemaakt, en dat is precies wat EuroCom probeert te doen.
Het begin
Het belangrijkste moment bij het leren van een nieuwe taal is het
moment waarop men doelbewust besluit die taal te gaan leren. Men moet dan over
een drempel heen en EuroCom helpt om deze drempel te verlagen door uit te gaan
van de kennis over taal die wij allemaal al hebben en die op effectieve manier
in te zetten in het leerproces.
In de beginfase biedt EuroCom de gebruikers alleen makkelijke dingen,
namelijk dingen die zij al weten, zelfs als zij zich niet bewust waren van het
feit dat zij die wisten. De ervaring leert dat EuroCom een zeer efficiënte
basis legt voor het beginnen van het leren van een nieuwe taal: het educatieve
en psychologische doel van onze methode is de leerling te laten zien dat hij of
zij al een onverwacht grote kennis van de nieuwe taal heeft. Dit geeft natuurlijk
een groter zelfvertrouwen bij het leren: de gebruikers ontdekken eerst hoeveel
ze niet hoeven te leren. Ze zien dat
er gebruik wordt gemaakt van het linguïstische kapitaal waarover ze al
beschikken en dat ze tot dan toe onvoldoende hebben benut.
EuroCom concentreert zich niet vanaf het begin op het verwerven en produceren van actieve linguïstische kennis (zoals schrijven en spreken) maar op receptieve kennis – de kern van EuroCom - met name op lezen. Leesvaardigheid is voor zowel jong als oud de makkelijkste, en dus de effectiefste, basis voor een eventueel later te ontwikkelen spreek-, luister- en schrijfvaardigheid. Leesvaardigheid is daarnaast ook heel belangrijk in de hedendaagse wereld, waarin beslissingen steeds meer worden genomen op basis van geschreven documenten en waarin wij ook steeds meer communiceren in geschreven taal via de computer.
1.3
Geen enkele vreemde taal is
totaal onbekend terrein
Het demotiverende aan traditionele manieren van taal leren is dat de
leerling de indruk krijgt dat hij vanaf nul moet beginnen zonder enige
basiskennis van de nieuwe taal. Hierdoor leert hij in het begin dingen te
zeggen, die ver onder zijn intellectuele niveau liggen. EuroCom, daarentegen,
laat zien dat uit een simpele tekst in de nieuwe taal al een groot aantal
dingen kunnen worden gededuceerd. De EuroCom-methode benut vaardigheden die
eerder wel aanwezig waren, maar niet werden gebruikt.
Het opsporen en herkennen van bekende elementen in een verder onbekende
taal vindt zijn basis in twee bronnen van kennis:
-
de eigenschappen die alle of de meeste talen van de wereld gemeen
hebben
-
de woorden en uitdrukkingen die tot een internationaal repertoire
behoren
De eerste van deze bronnen is de belangrijkste, omdat die de leerder in
staat stelt om structurele elementen te herkennen in een onbekende taal, zoals
bijvoorbeeld bepaalde klanken, of elementen uit de woordvorming en de zinsbouw
van de nieuwe taal.
Geoptimaliseerde deductie
Dankzij onze vaardigheid om eerdere ervaringen en kennis te vertalen
naar een nieuwe context, kunnen wij in het onbekende veel bekends ontdekken
(deduceren). EuroCom traint de gebruiker in het systematisch gebruik van deze
vaardigheid bij het leren van een nieuwe taal. Ons doel is Optimale Deductie,
oftewel het optimaal gebruik maken van al aanwezige kennis voor het ontdekken
van betekenissen. Zoals gezegd, dit vraagt niets van de leerder wat niet al
eerder bekend was; het enige wat gedaan moet worden is zo goed mogelijk
gebruikmaken van wat men al weet. Om deze deductie en associatie zo efficiënt
mogelijk te laten verlopen, biedt EuroCom alles wat nodig is om zoveel mogelijk
te doen met zo weinig mogelijk moeite. EuroCom helpt U om Uzelf te helpen.
In tegenstelling tot het traditionele talenonderwijs, waarin vanaf het
begin ieder taalactiviteit wordt beoordeeld als goed of fout, met de
bijbehorende sancties, waardeert EuroCom iedere poging tot taalbegrip positief,
hetgeen van essentieel belang is voor de motivatie om te leren. De
EuroCom-methode gaat er van uit dat iedere taalactiviteit die leidt tot het
gedeeltelijk ontcijferen van een tekst positief is en motiverend werkt voor de
leerder en hem stimuleert om door te gaan. ‘Fouten’ zijn niet zomaar fouten: het zijn aanwijzingen dat een poging tot
tekstbegrip in meerdere of mindere mate is geslaagd. De mate van succes moet
steeds worden vergroot waardoor motivatie en enthousiasme van de leerder worden
gestimuleerd.
EuroCom brengt structuur aan in de domeinen van taal waarin we bekende
elementen kunnen ontdekken. Er zijn zeven van die domeinen, die in deze methode
de ‘zeven zeven’ worden genoemd. Dit boek gaat over de Romaanse talen, maar
dezelfde ‘zeefmethode’ kan worden toegepast op andere taalfamilies zoals de
Germaanse en de Slavische. De versie van EuroComRom die in dit boek wordt
gepresenteerd is aangepast aan gebruikers met het Nederlands als moedertaal.
Het leerproces in EuroCom gaat ervan uit dat de leerder als een
gouddelver zoekt naar glinsterende korreltjes in de nieuwe taal en die door zijn
zeef haalt om het goud eruit te zeven. Nadat hij die elementen zeven keer door
zijn taalzeef heeft gehaald, zal hij constateren dat een krantenartikel in de
nieuwe taal, bijvoorbeeld over internationale politiek, makkelijk in grote
lijnen te begrijpen is. Van daaruit kan hij verder zoeken naar de betekenis van
andere nog niet begrepen elementen in de tekst.
De indeling in zeven domeinen komt voort uit een wens naar
duidelijkheid. Wie leert moet deze domeinen duidelijk voor ogen houden en ze
één voor één doorlopen om het tekstbegrip optimaal te doen slagen.
1.4
De zeven
zeven
Wat zijn dan eigenlijk die zeven zeven, die zeven domeinen dus waarin
we een beroep kunnen doen op kennis die wij deels al bezitten?
De EERSTE ZEEF selecteert het zogeheten INTERNATIONALE VOCABULAIRE. Het
betreft hier een woordenschat die de meeste talen van Europa in de loop der
tijden hebben opgenomen. Vaak zijn het woorden die gebaseerd zijn op een
Latijns of Romaans bronwoord. De meeste volwassenen kennen zo’n 5000 van deze
woorden en kunnen die makkelijk in andere talen herkennen (denk aan woorden als
post, telefoon, radio, maar ook politiek, economie, etc). Samen met eigennamen,
namen van internationale instellingen en aardrijkskundige namen vormen deze
woorden een gedeelte van een tekst (bijvoorbeeld een krantenartikel) die
onmiddellijk wordt begrepen, ook in een vreemde taal.
De TWEEDE ZEEF selecteert de woorden die gemeenschappelijk zijn aan
alle of bijna alle Romaanse talen, wat in dit boek wordt aangeduid als het
PAN-ROMAANSE VOCABULAIRE. Het gebruik van deze zeef laat zien dat kennis van
één Romaanse taal als het ware de poorten opent naar de andere Romaanse talen.
Er zijn zo’n 500 woorden die uit het Latijn stammen en nog steeds voorkomen in
vrijwel alle Romaanse talen Sommige
hiervan komen ook voor in het internationale vocabulaire, zoals muziek,
absoluut, functie, andere daarentegen zijn typisch Romaans (en eventueel
Engels), zoals de volgende woorden,
waar we de Franse variant van geven: continuer, battre, fleur,
maar ook de telwoorden tot 10.
De DERDE ZEEF maakt gebruik van het feit dat er veel verwante woorden
zijn in de Romaanse talen die niet direct herkenbaar zijn maar die het wel
worden als we de regels toepassen van de OMZETTING IN KLANK EN SCHRIFT tussen
de talen. Vaak zijn woorden niet onmiddellijk herkenbaar omdat de verschillende
Romaanse talen zich nu eenmaal verschillend hebben ontwikkeld door de eeuwen
heen. Als we het Italiaanse woord facere (FR faire=maken) kennen, zullen
we het Spaanse hacer daar niet onmiddellijk mee in verband brengen. Maar
dat doen we wel als we weten dat de f aan het begin van een woord in de
Romaanse talen in het Spaans vaak is veranderd in h. EuroCom geeft een
overzicht van deze correspondentieregels. Zo zal iedereen met enige oefening
zonder veel moeite allerlei woorden
kunnen herkennen die in een iets ander jasje zijn gestoken.
De VIERDE ZEEF betreft SCHRIJFWIJZE EN UITSPRAAK. De meeste klanken worden in de Romaanse talen hetzelfde geschreven, maar er zijn ook een aantal verschillen in schrijfwijze die het herkennen van verwante woorden bemoeilijken. EuroCom geeft een systematisch overzicht van de verschillen in de diverse talen om op die manier de herkenning te bevorderen. Ook laat het zien wat de logica is achter die verschillen, wat het herkennen van woorden makkelijker en sneller maakt. Ook worden enkele uitspraakregels behandeld om de overeenkomsten tussen de talen duidelijk te maken. Zo kan de lezer ook via de uitspraakregels de verwantschap tussen woorden ontdekken.
De VIJFDE ZEEF maakt gebruik van het feit dat de Romaanse talen een
aantal SYNTACTISCHE STRUCTUREN gemeen hebben. EuroCom laat zien dat er voor wat
betreft de woordvolgorde in alle
Romaanse talen negen basistypen zijn. Kennis hiervan helpt iedereen die al een
Romaanse taal kent om de woordvolgorde in de andere Romaanse talen te
ontcijferen en zo de plaats terug te vinden van zelfstandige naamwoorden,
werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Ook in bijzinnen is de woordvolgorde
makkelijk herkenbaar. Uitgaande van deze gemeenschappelijk basisstructuren
worden de eigenschappen van iedere taal snel duidelijk, ook al vergt iedere
taal nog wel enige extra uitleg op dit terrein.
De ZESDE ZEEF geeft een aantal formules voor de MORFOSYNTAXIS van de
verschillende talen (hoe worden werkwoorden vervoegd, hoe vorm ik een meervoud
van een zelfstandig naamwoord?). Omdat deze elementen zoveel voorkomen in
teksten, is herkenning ervan van groot belang voor het begrip van de zin.
De ZEVENDE ZEEF tenslotte geeft een lijst van PREFIXEN EN SUFFIXEN
(voor- en achtervoegsels) en hun betekenis. Op deze manier kunnen we de
betekenis afleiden van woorden die met een prefix of suffix (voor- of
achtervoegsel) worden gecombineerd. Het gaat om een kleine groep prefixen en
suffixen, meestal van Latijnse of Griekse oorsprong, die op een voorspelbare
manier de betekenis wijzigen van het woord waar ze aan worden vastgeplakt.
(vergelijk monter=monteren, démonter=uit elkaar halen, connecter=verbinden,
déconnecter=verbinding verbreken). Dat geldt niet alleen voor die
specifieke taal, maar voor alle Romaanse talen. De verdienste van EuroCom toont
zich hier het beste: de gebruiker worstelt zich niet eerst door een taal heen
om daarna aan een andere te beginnen, hij opent als het ware gelijktijdig de poort
naar alle Romaanse talen.
1.5
De talen van
de Romaanse familie
In de tweede fase van het leerproces stimuleert EuroComRom de gebruiker
om zich meer specifiek te richten op een van de Romaanse talen waar hij
speciaal in geïnteresseerd is. Voor dit doel biedt EuroComRom de gebruiker
miniportretten per taal voor 6 van de 9 Romaanse talen. Deze talen
vertegenwoordigen samen bijna driekwart miljard sprekers over de hele wereld.
De miniportretten zijn gebaseerd op de kennis opgedaan met behulp van de zeven
zeven en integreren de verschillende niveaus daarvan.
Het miniportret begint met informatie over de aardrijkskundige ligging
van het deel van de wereld waar de betrokken taal wordt gesproken en over het
aantal sprekers van die taal. Het geeft daarnaast een beknopt overzicht van de
geschiedenis van de taal en de eventuele dialectale verschillen. Het grootste
gedeelte van het miniportret wordt gevormd door een overzicht van de specifieke
eigenschappen van die taal, met name op het gebied van de uitspraak, de schrijfwijze
en de structuur van de woorden. Op deze manier wordt de kennis die in de zeven
zeven al deels onbewust is verkregen, gesystematiseerd en bewust gemaakt. De
gebruiker leert de bewuste taal duidelijk te onderscheiden van de andere
verwante talen. Dit onderdeel van het miniportret wordt gevolgd door een
minilexicon en een minigrammatica. Het minilexicon bevat ongeveer 400 frequente
elementen: werkwoorden, zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden,
bijwoorden, telwoorden, voorzetsels, lidwoorden. Van een twintigtal frequente
werkwoorden worden de vervoegingen gegeven. Daarna volgt nog een lijst van
structuurwoorden die vaak rond de 50% van een tekst uitmaken. In deze lijst zal
de gebruiker ook een aantal woorden vinden die niet kunnen worden herkend op
basis van de zeven zeven. Gelukkig zijn deze woorden niet talrijk, ondanks het
feit dat ze veel voorkomen.
Met opzet zijn de miniportretten beperkt van omvang: maximaal 10
pagina’s per taal. Deze minimale informatie leidt tot een maximaal effect door
de concentratie op de receptieve vaardigheden, met name de leesvaardigheid. Dit
boek bevat een klein aantal oefenteksten per taal. Door het intensief lezen van
deze teksten groeit het tekstbegrip snel en komt ook het luisteren naar teksten
binnen bereik van de gebruiker en mettertijd ook het spreken en schrijven van
de betrokken taal. We onderstrepen echter dat het lezen van teksten het
belangrijkste oogmerk is van de EuroCommethode.
1.6
EuroCom als
leerboek
Dit boek is geschikt als leerboek voor universiteiten en andere
instellingen voor volwassenenonderwijs. Het moet gezien worden als een
aanvulling op andere onderwijsmethoden die zich in het algemeen richten op het
onderwijs in één taal. EuroCom kan een middel vormen om het leerproces te
versnellen en tegelijkertijd de mogelijkheid openen tot het verwerven van
meerdere talen tegelijk. De taaldocenten hoeven niet persé alle talen te kennen
die in EuroCom worden gepresenteerd. Net als hun leerlinden kunnen ze zich door
de EuroCom-methode laten verleiden tot het ontdekken van de eigenschappen van
een hele serie Romaanse talen. Het zou ook interessant zijn om de
EuroCommethode toe te passen in groepen studenten zonder docent die ieder
vanuit zijn eigen ‘vreemde’ taal elkaar kunnen aanvullen en als expert optreden
in het ontcijferen van een tekst uit een krant. Overigens doen diegenen die
EuroCom willen gebruiken als leermiddel in zelfstudie, zonder leraar en zonder
onderwijssituatie, er goed aan enig geluidsmateriaal in de te leren taal aan te
schaffen om vertrouwd te raken met de uitspraak.
1.7
Het leren
van een taal en de rol van motivatie
In het talenonderwijs heeft men tot nu toe weinig gebruik gemaakt van
de verwantschappen en gelijkenissen tussen talen. Door dit middel te gebruiken
maakt de EuroCom-methode het leren van talen makkelijker en brengt het een
effectieve meertaligheid binnen het bereik van de gebruiker. Desondanks is een
persoonlijke motivatie van die gebruiker van essentieel belang. Het al dan niet
bereiken van meertaligheid hangt in hoge mate af van eerdere ervaringen met het
leren van talen. Mochten deze op een mislukking zijn uitgelopen, dan heeft de
gebruiker vaak een negatieve motivatie om zich nog eens in het avontuur te
storten van het verwerven van een taal. Daarom willen we hier kort aandacht
besteden aan de vooroordelen en angsten die vaak leven bij mensen die op het
punt staan een taal te beginnen te leren. We besteden met name aandacht aan
vijf ‘angsten’.
De vijf angsten en vooroordelen
In landen waarin mensen niet gewend zijn aan het verschijnsel
meertaligheid, bestaan er vaak een serie angsten en vooroordelen die het leren
van talen bemoeilijken. Vaak is het voldoende om mensen bewust te maken van
deze vooroordelen om ze te doen
verdwijnen. In andere gevallen kunnen de vooroordelen door feiten worden
weerlegd.
a) Alleen kinderen kunnen goed een taal leren, ik ben daar te oud voor.
Dit vooroordeel is wijdverbreid maar volledig onterecht. We kunnen
volstaan met de naam te noemen van een schrijver als Józef Konrad, die pas op
latere leeftijd een vreemde taal heeft geleerd, maar zich die zo eigen hebben
gemaakt dat ze hun literaire werken erin schrijven. Het moge waar zijn dat
kinderen vaak een betere uitspraak verwerven dan volwassenen, voor wat betreft
het leren van woorden en grammatica doen volwassenen het vaak beter en sneller
– als ze tenminste tijd genoeg aan het leren besteden. Vaak hebben kinderen
meer tijd voor het leren van een taal en krijgen ze de kans om die in allerlei
ludieke activiteiten toe te leren passen. Volwassenen daarentegen hebben al
meer bewuste kennis van taal, en beschikken al over een uitgebreid vocabulaire,
wat in hun voordeel werkt.
b) Ik heb geen talent voor het leren van talen.
Hoewel het erop lijkt dat er inderdaad een ‘talenknobbel’ bestaat bij
sommige mensen, terwijl anderen een ‘wiskundeknobbel’ hebben, kan in feite
iedereen een vreemde taal leren, net zoals iedereen erin is geslaagd om zijn
moedertaal te leren. De opmerking ‘ik heb geen aanleg voor het leren van talen’
is vaak een voorwendsel van diegenen die geen tijd en energie in het leren van
een vreemde taal willen steken.
c) Als ik er nog een taal bij leer die lijkt op een taal die ik al ken,
ga ik ze vast door elkaar halen.
Er zit iets waars in dit vooroordeel, maar we moeten ook hier zeggen
dat ieder nadeel zijn voordeel heeft. Immers, het zou wel eens kunnen gebeuren
dat twee verwante talen door elkaar worden gehaald, maar dat kom juist doordat
beide talen zo op elkaar lijken. Degene die een taal leert die lijkt op een
taal die hij al kent, krijgt in feite een heleboel kennis van de nieuwe taal
cadeau op basis van de kennis die hij al van een verwante taal heeft. Dit is
een enorm voordeel in vergelijking met talen als het Chinees of het Japans, die
geen enkele verwarring toestaan omdat ze zo van onze Europese talen
verschillen. Dan maar liever een kleine verwarring af en toe, met daarbij
gratis een enorme hoeveelheid kennis die voor meerdere talen van nut is.
Bovendien zal verwarring nauwelijks een rol spelen binnen het EuroCom-kader dat
immers gericht is op lezen. Het door elkaar halen zal pas negatief werken bij
de productieve vaardigheden zoals spreken en schrijven. En verder kunnen we er
zeker van zijn dat we, naarmate we vertrouwder raken met de taal die we willen
leren, een gevoel ontwikkelen voor de klanken, woorden en constructies die wel
of niet bij die taal horen.
d) als ik een nieuwe taal ga leren, ga ik de talen vergeten die ik al
ken.
Het ligt voor de hand dat iemand die zich volledig stort op het leren
van een nieuwe taal, zeker als dat gebeurt in het land waar die taal de
omgangstaal is, op dat moment minder gemak heeft in het spreken van een eerder
geleerde taal. De ervaring wijst echter uit dat het voldoende is om enige tijd
te worden ‘ondergedompeld’ in de ‘oude’ taal om het gemak van spreken in die
taal weer terug te vinden. De ‘oude’ taal wordt als het ware even opgeslagen in
een achterkamertje, om weer voor de dag gehaald te worden als het nodig is.
e) ik durf een vreemde taal niet te spreken zolang ik hem niet perfect
ken
Deze obsessie van perfectheid weerhoudt veel mensen ervan zich serieus
met het leren van een vreemde taal bezig te houden. Doordat ze perfect willen
spreken en schrijven, beginnen ze er maar niet aan om een taal te leren, gewend
als ze zijn om op school een rode streep te vinden onder iedere fout die ze
maken. Om ontspannen en zonder moeite een taal te leren moeten we ons los maken
van deze drang naar perfectie en deze angst voor fouten en ons richten op een
ander doel, dat van effectieve communicatie. Het gaat er niet om dat we een
taal perfect spreken, het gaat erom dat onze gesprekspartners ons begrijpen.
Daarvoor hoeven we echt niet perfect te spreken. En om een tekst te lezen (het
eerste doel van EuroCom) hoeven we al helemaal geen perfecte kennis van de
vreemde taal te hebben.
De hierboven beschreven vijf angsten en vooroordelen zijn de
belangrijkste handicaps bij het leren van een nieuwe taal, zoals blijkt uit een
enquête onder de studenten van de universiteit van Frankfurt. Ze kunnen echter
makkelijk overwonnen worden als we voor ogen houden
1. dat de vermenging van talen juist een uiting is van de hoeveelheid
kennis die we van verwante talen al hebben, zodat we dit als een positief
verschijnsel kunnen beschouwen
2. dat fouten de communicatie niet hoeven te bemoeilijken en dat ze
vanzelf zeldzamer worden en verdwijnen naarmate we de nieuwe taal beter kennen.
3. dat er in de receptieve vaardigheden zoals het lezen bijzonder
weinig storende fouten gemaakt kunnen worden en dat die bovendien niemand
anders dan de leerder zelf storen.
1.8 De strategie EuroCom
De strategie EuroCom berust op vier basisideeën:
-
dat we nieuwe talen leren die we gedeeltelijk kennen;
-
dat het begin makkelijk is;
-
dat er vanaf het begin betekenisvolle dingen worden geleerd;
-
dat er gestreefd moet worden naar een ‘Europese’ taalkennis.
Deze basis principes worden hier kort beschreven.
EuroCom laat zien dat het leren van nieuwe talen makkelijker is als die
talen met elkaar verwant zijn of als we al een verwante taal kennen. EuroCom
toont ook aan dat sprekers van een Europese taal al een hoeveelheid kennis
hebben die ze gemeen hebben met de sprekers van andere Europese talen en dat
deze kennis het makkelijker maakt een andere Europese taal te leren. Het gaat
dus niet om leren vanaf een totaal nieuw beginpunt, want de moedertaal of een
andere al geleerde Europese taal vormen een springplank van waaraf de nieuwe
taal doorzichtig wordt en minder nieuw of vreemd. Op deze manier geeft de
methode de gebruikers meer zelfvertrouwen. Ze leren met EuroCom om
woordbetekenissen af te leiden, analogieën te gebruiken en de logica van de
context in een tekst te benutten voor een optimaal begrip.
De doelen van de EuroCom-methode zijn makkelijk te bereiken. Ze staan
open voor een breed publiek, groter dan dat van de traditionele methoden die
streven naar het leren beheersen van een vreemde taal alsof het de moedertaal
was, wat door taalkundigen wel het ‘near native niveau’ wordt genoemd. In de
EuroCom-methode streven we niet naar dit bijna onbereikbare niveau, maar in
eerste instantie naar een niveau van taalkennis dat ons in staat stelt om
teksten in meerdere Romaanse talen te begrijpen, van waaruit de gebruiker zich
naar keuze kan specialiseren in een of meer van de aspecten van een of meer van
de Romaanse talen.
HET BEGIN IS MAKKELIJK
EuroCom stelt in de beginfase van het leerproces vooral die elementen
ter beschikking van de leerder die makkelijk zijn, zodat hij niet angstig en
gedemotiveerd raakt. Het feit dat EuroCom zich concentreert op leesvaardigheid
maakt dat er snel een grote vooruitgang kan worden geboekt. Alle middelen
worden aangewend om de gebruiker alle beschikbare kennis te doen inzetten om,
als ware hij een detective, de mysteries van de nieuwe taal te doorgronden.
In plaats van een langdurig proces waarin maar één taal wordt geleerd,
wordt de toegang tot meerdere talen tegelijk ontsloten.
In het EuroCom-systeem worden fouten gezien als deels succesvolle
pogingen tot deductie, waar de leerder verder op voort kan bouwen. De positieve
eigenschappen van raden en ‘raadvaardigheid’ worden zo versterkt en
gestimuleerd.
EuroCom is een systeem dat helpt om te leren leren doordat de gebruiker
wordt gestimuleerd om na te denken over taal en taalkennis, hetgeen hem een gevoel
geeft van zekerheid en zelfvertrouwen.
RESULTAAT VANAF HET BEGIN
De leesvaardigheid die de lezer vanaf het begin verwerft, stelt hem in
staat authentieke teksten in de vreemde taal te lezen. Hij krijgt daardoor ook
inzicht in de culturele verschillen tussen zijn moedertaal en de nieuwe taal en
tussen zijn eigen land en dat van de te leren taal.
Als de gebruiker een voldoende hoog niveau van leesvaardigheid heeft
bereikt, kan dat dienen als opstapje voor het leren luisteren naar teksten in
de vreemde taal op radio en TV en naar moedertaalsprekers van de betrokken
taal. Als de gesprekspartner een receptieve vaardigheid heeft van de moedertaal
van de EuroComleerder, dan zouden ze kunnen proberen om beide in hun eigen taal
spreken. Dit soort gesprekken lijkt wat vreemd maar na enige oefening
functioneert het systeem goed, zodat het niet nodig is om over te gaan op
pidgin-Engels of andere trucs om elkaar te begrijpen.
EEN EUROPESE TAALCOMPETENTIE
Pas als een groot aantal Europeanen een aantal Europese talen minstens
passief beheerst, kunnen we spreken van een Europese taalcompetentie. De
ervaring met de overeenkomsten en verschillen tussen de talen zal kennis met zich mee brengen over de overeenkomsten
en verschillen tussen de Europese culturen en zal leiden tot een beter begrip
tussen de Europese volken en een grotere openheid voor anderen.
Als de gebruiker eenmaal gezien heeft hoe eenvoudig het is om een
taalgroep passief te leren, zal hij in de verleiding komen om de methode ook op
andere taalfamilies uit te proberen. EuroCom heeft de ambitie om ook voor de
Germaanse en de Slavische taalgroep een vergelijkbare methode te ontwerpen. De
methode kan worden aangepast voor iedere uitgangstaal en iedere taalgroep. Het
boek dat U voor U hebt presenteert EuroComRom, de EuroCom-methode voor de
Romaanse talen, aangepast voor een Nederlandse gebruiker. Hetzelfde is mogelijk
voor allerlei combinaties: EuroComGerm voor Poolse gebruikers, EuroComSlav voor
Franse gebruikers, etc. Uiteindelijk wil EuroCom de meerderheid van de Europese
talen toegankelijk maken voor alle 700 miljoen Europeanen.
